Whoman
Ik hoop dat mensen kunnen wegdromen bij onze nummers
Steven Verhamme — 5 april 2026
Met debuutalbum ‘About Honey’ zet de Brusselse band Whoman een opvallende eerste stap in de Belgische indiescene. De band doet door gelaagde harmonieën en avontuurlijke riffs vaak denken aan Animal Collective of Cocteau Twins. Sinds de start in 2022 tourt de band door België en Frankrijk. De zomerse berghuttentochten hebben de muziek een intieme, organische dimensie gegeven. Wij spraken met frontman Ambroos De Schepper over de inspiratie achter ‘About Honey’, de balans tussen stad en natuur in de muziek en hoe Whoman het kenmerkende geluid tot leven brengt op het podium en in de studio.

Hoe zou je de sound van ‘About Honey’ in je eigen woorden omschrijven?
Ambroos De Schepper: Voor mij is het een vorm van indierock en indiepop met invloeden van bands als Animal Collective en Dirty Projectors. Tegelijk zitten er ook progressieve elementen in à la Radiohead en gaat het ook andere, meer experimentele richtingen uit. Het is dus een vrij excentriek album. In zekere zin voelen we ons ook wel buitenbeentjes in de muziekwereld. We bewegen ons vooral in niches of meer alternatieve circuits. We hebben een jazzachtergrond en spelen ook in andere projecten zoals Moz Ensemble, Cosmosound en Honey. Er zijn dus heel wat bands in de Belgische undergroundscene, waarin we actief zijn.
Wat is de inspiratie achter de ep-titel?
We hadden nog één nummer, dat niet afgewerkt was tijdens de productie van de plaat. Terwijl ik daaraan werkte, kwam ik plots in een soort verhaal terecht dat draaide rond honing. Van daaruit is de titel heel spontaan ontstaan. Omdat het nummer over honing ging, vond ik 'About Honey' een mooie en passende naam. Op een bepaalde manier vat die titel goed samen hoe wij als band werken. Het draait om een soort kruisbestuiving van verschillende genres en invloeden. Dat hoor je ook op het album. Het is eigenlijk het resultaat van uiteenlopende stijlen die samenkomen en zich met elkaar vermengen.
Naast de invloeden zijn er zeker momenten of ervaringen die hebben bijgedragen aan het schrijfproces. Welke waren dat bij jullie bij dit album?
We zijn oorspronkelijk begonnen als een synthpopband. Tijdens de coronaperiode zijn we dan mandoline beginnen spelen en zijn er steeds meer snaarinstrumenten in de band geslopen. In diezelfde periode trokken we ook jaarlijks naar de Alpen om er een concertreeks te spelen in berghutten. Daar kregen onze nummers een meer akoestische herwerking. Die invloed hoor je zeker terug op de plaat. Op het album hebben we bewust een mix gemaakt. Sommige nummers, die oorspronkelijk elektro- of synthpop waren, hebben we herwerkt tot meer organische songs, gedragen door mandoline, gitaar en basgitaar.
Toch blijven die twee werelden naast elkaar bestaan. Dat hoor je ook duidelijk. Die combinatie van mandoline met een eerder zware basgitaar weerspiegelt ook de balans die we zoeken tussen intimiteit en durf. Op zich is het niet zo moeilijk om die twee muzikaal te vertalen, omdat elk nummer vanzelf meer naar de ene of de andere kant neigt. De echte uitdaging zit eerder in het geheel zoals in een live set, waar je een mooie spanningsboog wil creëren of op een plaat, waar je nood hebt aan een duidelijke rode lijn. Voor ons zit die vooral in de samenzang. Met onze driestemmigheid brengen we een herkenbare vocale laag aan, die zowel de hardere, meer progressieve momenten als de intiemere, zachtere passages met elkaar verbindt.
De nummers ontstonden bij jullie op een klein appartement. Hoe beïnvloedde zo'n kleine stedelijke setting het creatieve proces?
De plaat is het resultaat van verschillende jaren componeren, waarbij de eerste ideeën zijn ontstaan in die flat. De stad heeft mij persoonlijk zeker beïnvloed, al was het maar doordat ik ’s nachts kon doorwerken aan muzikale ideeën. Ik was toen midden twintig, net afgestudeerd aan het conservatorium. Ik denk dat een bepaald vuur daar is ontstaan. Ik woon nog niet zo lang in Brussel, maar die omgeving en sfeer hebben me wel mee geïnspireerd om tot die ideeën te komen. Tegelijkertijd is er, zoals eerder verteld, ook een totaal andere invloed binnengeslopen doordat we in de bergen hebben gewerkt. Die sfeer staat haaks op het leven in een klein stadsappartement en net dat contrast hoor je ook terug op de plaat, bijvoorbeeld in nummers als Morning Dew en About Honey.
Een van de sterkste punten in jullie nummers zijn zeker de vocalen, die uit verschillende laagjes bestaan. Hoe hebben jullie die ontwikkeld?
Ik componeer de meeste nummers en soms liggen de backing vocals al van in het begin vast. Vaak is het zo dat Lou (Wery, toetsen, bas, stem, nvdr) en Mira (De Schepper, toetsen, gitaar, stem, nvdr) daar een eigen inbreng aan toevoegen. Meestal vertrekken we vanuit een hoofdzanglijn en van daaruit bekijken we wat er mogelijk is. Soms voelen we dat er ruimte is voor dichte, gelaagde harmonieën, terwijl een andere song net vraagt om een meer sobere, eenvoudige ondersteuning. Dat hangt sterk af van de ruimte die het arrangement laat en wat het nummer nodig heeft. Het is in elk geval altijd een gezamenlijk proces waarin we veel uitproberen en via "trial and error" tot het beste resultaat komen.
Veel van de bands werken anno 2026 "oldschool" in combinatie met elektronica. Er is zo veel mogelijk in de studio en op het podium. In hoeverre speelt elektronica bij jullie muziekproces een rol?
Elektronica was vroeger erg belangrijk in onze sound, maar tegenwoordig is dat zowel op de plaat als in onze live shows beperkt tot het gebruik van synthesizers. We hebben een OB-6, een sampler en een Yamaha Reface en dat is het. Persoonlijk maak ik graag gebruik van verschillende pedalen op mijn mandoline en tenorgitaar. Verder blijft de elektronica beperkt tot het instrumentarium zelf. Onze nummers starten niet met extra samples of loops. We werken niet met Ableton of een computer die meeloopt. Het is dus vrij basic, als je het zo mag omschrijven.
Basic is ook jullie zomertour langs berghutten, zoals je eerder al aangaf. Wat moeten we ons voorstellen bij zo'n concert?
Mensen stippelen een bergwandeling uit en komen uiteindelijk bij een refuge aan, waar ze eventueel kunnen overnachten. Het is anders, omdat ze er een klein concert bij krijgen. Het is begonnen vanuit onze eigen passie voor wandelen in de bergen. Voor corona zagen Lou en ik dat ooit ook gebeuren in de Franse Alpen en dat maakte indruk op ons. Twee jaar later besloten we zelf iets soortgelijks op te zetten. We namen contact op met refuges, namen onze instrumenten mee en stelden voor om in ruil voor slaapplaatsen een concert te spelen. Zo is het idee langzaam gegroeid.
Ondertussen kennen we die bergen goed. We voelen er ons bijna thuis en het is ook een goedkope manier van reizen. Het geeft een bijzonder gevoel om een concert te spelen op drieduizend meter hoogte voor een handvol mensen ergens op een rotswand. Op die manier hebben we twee werelden samengebracht die voor ons inspirerend zijn. Het is een motivatie geweest om door te blijven gaan, vooral om het soms complexe leven in de culturele sector te compenseren.
Hoe moeilijk is het om in die sector te overleven? De concurrentie is groot.
Voor ons is de grootste uitdaging dat wij als kunstenaars eerlijk betaald worden. Er zijn organisaties zoals Democrazy die consequent artiesten onderbetalen. Vooral lokale artiesten en dat is iets dat echt moet veranderen. Veel jonge bands voelen daar frustratie over, omdat het op die manier moeilijk is om te overleven. Natuurlijk is het verleidelijk om met de vinger te wijzen naar systemen, maar uiteindelijk zou er meer openheid en communicatie kunnen zijn over hoe bepaalde zaken beter georganiseerd kunnen worden.
In een tijd waarin geld schaars is en cultuur voor velen een soort luxe blijft, zoeken wij manieren om het heft zelf in handen te nemen. Zo hebben we vorige maand een expo georganiseerd in Brussel, waarbij we onze plaat hebben voorgesteld en negen artiesten hebben uitgenodigd om een werk te maken rond één van de tracks. Gedurende een hele maand hebben we op die manier verschillende werelden samengebracht, nieuwe mensen leren kennen die onze muziek nog niet kenden of niet vertrouwd waren met de muzieksector. Het laat zien dat alternatieve initiatieven, waarbij je niet het klassieke traject volgt, vaak goed aankomen bij het publiek. Harde tijden brengen dus ook nieuwe, inspirerende manieren om je muziek en projecten te presenteren.
Je zit samen in een band met je zus. Ik kan me voorstellen dat zoiets toch speciaal is.
Dat voelt echt als iets beschermends. We komen uit een muzikale familie. Ik heb lange tijd met mijn broer samengespeeld. Nu speelt mijn tweelingzus een grote rol. Tien jaar geleden zijn we samen muziek beginnen maken in de band Caspar. Daar is onze gedeelde passie ontstaan voor bands als Fleet Foxes, Crosby, Stills & Nash en de folk uit de jaren zestig. Voor mij persoonlijk was dat een fijne ervaring omdat het echt verweven is met mijn familie en mijn jeugd. Daarnaast is Lou aan de andere kant ook mijn partner. Dus er zit zeker een familiaire dimensie in onze band. Thuis wordt er dan ook vaak over muziek gepraat. Dat kan eigenlijk niet anders. Natuurlijk proberen we werk en privé gescheiden te houden, maar dat is vaak gemakkelijker gezegd dan gedaan (lacht).
De bandnaam Whoman intrigeert. Zou het kunnen dat de dames in de band, Lou en Mira, die hebben mogen kiezen?
We hebben allemaal mogen kiezen en gemerkt dat het toch de eeuwige uitdaging is om een goede bandnaam te kiezen. Uiteindelijk kies je iets en houd je je daaraan vast. Er zit geen groot verhaal achter deze naam, behalve dat hij een bepaalde mystiek kan oproepen of juist heel direct kan zijn. Dat laten we aan de fans over.
Wat hoop je dat de luisteraars meenemen, als ze jullie plaat beluisteren?
Ik hoop dat mensen kunnen wegdromen bij onze nummers en dat ze bepaalde emoties oproepen. Herinneringen aan hun jeugd, een mooie zomerdag, fijne momenten. Voor mezelf geldt dat ik als luisteraar vaak diep geraakt word door muziek waar ik actief naar op zoek ga. Ik hoop dat we iets soortgelijks kunnen creëren, dat onze nummers mooie herinneringen en positieve emoties losmaken bij de luisteraars.
Was het maken van de plaat een moeilijke bevalling?
Het is zeker een lang proces geweest. De plaat is al geruime tijd in de maak. Ik zou niet zeggen dat het moeilijk of gemakkelijk was. Het was gewoon een weg vol nieuwe uitdagingen en inzichten. Ik heb al enige ervaring met platen uitbrengen, maar deze is bijzonder omdat het de eerste plaat is, waarop ik zelf zing. Voor mij voelt het persoonlijk echt als een baby, een ei dat al lang gelegd had moeten worden. Ik ben ontzettend blij dat hij eindelijk het levenslicht ziet. Dat zingen was ook een drempel die ik moest overwinnen. Dat is zeker één van de redenen waarom de plaat zo lang in de maak is geweest. Het is een proces dat ik samen met Lou en Mira heb doorgemaakt.
Jonge bands zijn razend ambitieus. Is dat ook bij jullie zo?
Ik denk dat we zeker grote dromen hebben, maar we proberen die ambitie niet te laten verstikken door werkdruk. We willen niet dat het onze artistieke keuzes bepaalt. Daarom proberen we een evenwicht te bewaren. We zijn hier en nu, genieten van het moment en ondertussen blijven we verder bouwen. Het doel is natuurlijk wel om meer mensen te bereiken en onze positieve vibes te delen met zoveel mogelijk fans. Dat blijft onze drijfveer.
Whoman stelt de ep voor in het Gentse Wintercircus op 22 april.
