Eerder verraste hij de improv- en jazzwereld met de plaat 'Surface Tension'. Die plaat maakte hij samen met de gerenommeerde muzikanten Huw V Williams (bas), Kieran McLeod (trombone) en Ralph Wyld (vibrafoon). Alle drie hebben ze in allerlei ensembles al heel wat ervaring opgedaan en het werken met Bainbridge beviel hen allen dusdanig dat ze er geen moeite mee hebben, zelf componisten zijnde, om opnieuw samen te werken en de composities van deze broodheer uit te voeren.
Eigenlijk had Bainbridge bij het maken van zijn debuut onder zijn eigen naam al besloten om zeker dat belangrijke en gevaarlijke tweede album te maken. Pandemie of niet, ideeën had de man zat.
Nu hij is afgestudeerd, en de labradoodle van zijn familie naar de eeuwige blafvelden is vertrokken, boden die beide gebeurtenissen voldoende stof voor 'Petstep'. Een huisdier en een grote stap voorwaarts richting een volwassen leven waar hij zelf de verantwoordelijkheden draagt. Dat inspireerde hem tot een aantal teksten die prima passen binnen het kader van de buiten de lijntjes kleurende jazz die dit kwartet brengt.
Geen standaardjazz bij dit kwartet namelijk. Teksten scanderen als Jason Williamson (Sleaford Mods) als het past, groovy hiphopaccenten incorporeren, verwijzen naar coryfeeën als Eric Dolphy of Charles Mingus en tegelijk de energie van een of andere crossovermetalband uitstralend en verwantschap voelend met bijvoorbeeld MF Doom, dat is 'Petstep' ten voeten uit.
Soms neemt de trombone de bovenhand terwijl Bainbridge zelf zich wat op de achtergrond houdt. Als drummer weet hij heel goed wanneer hij zich moet inhouden of voluit moet gaan, ondersteund door de bas maar vooral meesurfend op de weelderige vibrafoongeluiden.
Hedendaagse jazz in al zijn vormen en tentakels uitgooiend naar andere genres, is dit tweede album van Bainbridge een schot in de roos.
